Ik zoek een...

Actueel - Nieuws

Interview met Wibe Veenbaas

Leven ter ere van…

ma 25 nov 2019 - Leo Wilhelm & Denise van Geelen

In het voorjaar van 2019 verscheen na jarenlange voorbereiding bij Phoenix opleidingen de geheel vernieuwde Passe-partout:  een dik boek met dunne blaadjes, drie leeslinten. Mooi vormgegeven. Wie zijn oog over de inhoudsopgave laat glijden ziet naast ‘Vensters op leren’ ook een grote hoeveelheid alfabetisch geordende kaders met namen als: 'animus en anima', 'ankeren', 'archetypen' en 'associëren, disassociëren en dissociëren'. Elk kader wordt uitgewerkt aan de hand van een definitie en omschrijving. Het boek heeft een eigen terminologie en taal, en bevat heldere modellen. Al met al een boek dat met veel zorgvuldigheid is gemaakt.

We zoeken Wibe Veenbaas op. Hij nam het initiatief tot het geheel herschrijven van dit boek, dat in een eerste versie uitkwam in 2007. Waarom heeft hij Passe-partout gemaakt en wat betekent dat voor hem nu hij Phoenix opleidingen, het opleidingsinstituut dat hij oprichtte en liet groeien, heeft overgedragen? Wat is het belang van dit boek voor coaches en begeleiders?

Tijdens een warme ontmoeting - letterlijk, want het was één van de eerste warme dagen van juni en overdrachtelijk in nabijheid en verbinding - neemt hij ons mee langs zijn jeugd, zijn levenspad, het verlies van zijn ouders. Wat hem beïnvloedde, inspireerde en wat hij doorleefde. Zo eerde hij het leven; door te leven ter ere van zijn gezin van herkomst, en door zowel Phoenix als Passe-Partout te bouwen op de fundamenten van hun nalatenschap.

Leven ter ere van… mijn gezin van herkomst
‘Ter ‘ere’ van, dat is een woord dat ik graag gebruik om de toewijding aan onze weg in het leven aan te duiden. Dat begint met ter ere van je ouders. Niet ‘ik ga het doen vanwege mijn ouders’, of ‘ik ga het anders doen dan mijn ouders’, maar ‘ik leef mijn leven ter ere van mijn ouders’. Dat vind ik groot.’

‘Mijn vader was psychiatrisch patiënt. Vlak na mijn geboorte is hij opgenomen. Ik heb mijn vader vastgebonden zien liggen in de instelling. Toen mijn vader terug kwam uit de psychiatrie was ik net acht. Ons huis was van binnen een onveilige plek. De oorlog woedde nog in ons huis. Ik wilde mijn vader juist laten zien dat er een verschil was tussen hem en mij. Ik ben onvoorstelbaar hard weggelopen van mijn vader. Want, o wat leek ik op die man, van mijn kruin tot aan mijn tenen en weer terug. En als ik het niet zei, dan zeiden mijn oude tantes het wel. Tot ik in de fase kwam dat ik besefte dat ik, juist doordat ik meer op hem ging lijken, er meer verschil kwam. Fascinerend: in het pogen het verschil te maken, voed je alleen maar de overeenkomst. Vandaar ook mijn uitspraak: ‘je hebt rebellen en conformisten’. Alle mensen hebben daarin weer een bijzondere eigenheid. Zowel bij rebellen als conformisten zit het echter vast. En als daartussen een verschil is, dan is het toch echt waar dat rebellen stiekem meer vast zitten dan conformisten.’

‘Ondanks de onveiligheid thuis, heeft mijn moeder altijd de liefde vastgehouden. Dat is ook heel groot geweest. Ook niet altijd even gemakkelijk natuurlijk, maar op de een of andere manier gaat het ook niet anders. Dat heb ik niet uitgevonden, dat heb ik meegekregen.’

‘Stille weemoed van voorbije ouders. Ze zijn er niet meer en ze zijn er nog zo. En soms besef ik zo, ik leef ook ter ere van hen, ter ere van de traditie waar ik uit voortkom. En ik doe daarin mijn eigen ding. Zoals de mensen om ons heen en om mij heen. Door je te schikken naar je weg, schik je je juist niet naar je weg, maar krijg je een besef van een antwoord.’

‘Ik had honger. Mijn honger was om het leven te begrijpen: waarom heeft in godsnaam nooit iemand aan mijn vader gevraagd ‘hoe is het nou met jou?’. Wat moet hij bang geweest zijn. Als kind heb ik het voor mezelf al zo samengevat, al weet ik niet precies hoe ik dat als kind deed: ‘moet dat nou zo?’ En dat was natuurlijk ook een schreeuw over ons eigen gezin.’

‘Ik had een droom dat ik alles goed kon maken maar ik droomde dat ik vastgebonden lag, net als mijn vader. De diepte van de laag van de existentiële angst van een oorlog die woedt, dat heeft me lang op de vlucht doen zijn. En weer terug doen keren. Keer op keer. Daarbij ben ik gelukkig geholpen door goede mensen en ook door het leven zelf.’

Leven ter ere van… Phoenix
Over thuiskomen in het leven zoals het is en over het bekrachtigen van het leren van anderen.

‘Phoenix had niet bestaan, als mijn ouders mijn ouders niet waren geweest. Ja. Mijn broer had een Gazelle, daar had mijn moeder voor gespaard. Ik had een Phoenix. Daar had mijn moeder ook voor gespaard. Zodat wij naar Leeuwarden konden fietsen. En mijn broer zei: ‘ik heb een Gazelle, en jij hebt, poe, niks’.’

‘Voor ons is Phoenix binnen en onze cursisten komen van buiten. Maar eigenlijk komen de cursisten van hun eigen binnen bij ons naar buiten. Dat is ook een van de redenen waarom ik graag een wat langer durend thema wilde rondom integratie. Zodat de mensen de tijd konden krijgen om te leren kijken, om hun eigen overlevingssysteem waar te nemen. Zodat ze hun eigen binnen eren, hun eigen traditie. En nieuwe dingen bijleren. Wij als Phoenix hebben steeds ook weer te beseffen dat als we dat niet eren bij onze deelnemers, wij het wel beter kunnen denken te weten, maar dan hebben we geen invloed.’

‘Ik heb Phoenix gediend, maar Phoenix heeft mij ook gediend. Ik ben ook bediend zeg ik weleens. Eigenlijk kon ik nauwelijks gelovend dat al die mensen voor mij kwamen. Zo bang dat ik het niet zou redden. Terwijl ik op een bepaalde laag wel een heel krachtige buitenkant had.’

‘Als leider van dit instituut, op alle fronten, inclusief het eigenaarschap, was Phoenix van mij. Ik was Phoenix bij wijze van spreken. En nu is Phoenix niet meer van mij. En tegelijkertijd is Phoenix van mij. De transitie zelf, maar ook naar Passe-partout, daar kan ik al merken dat er een andere tijd is waarin ik op een bepaalde laag minder in handen heb. Het is niet dat mensen minder naar me toe komen, maar ik heb wel minder in handen. Want het gaat ook gepaard met verlies, met identiteitsverlies. Ik ben er in de regel niet somber onder. Ik kan er in een keer wel weer even van schrikken. Oh ja, hoe is dat nou? Ik word in november zeventig. En ik ben nog zo gezond als een vis. Wat een geschenk, hè! Maar tegelijkertijd, die andere kant is er ook al, ik ben ook brozer. Vrij veel mensen, en dat vind ik kostbaar, vragen aan mij hoe het met me is. Wat aan mijn vader nooit gevraagd is. En in die zin ben ik meer ontroerd dan ooit tevoren.’

‘De controle is minder geworden, het toevertrouwen groter en daarmee is de invloed toegenomen. Dat is het fascinerende. Terwijl er minder is om vast te houden, is er meer om op te vertrouwen. Ik kan ook meer met groepen dan ooit tevoren. Of mensen kunnen meer met mij. Als ik ergens kom, dat mensen dan zulke verwachtingen hebben, dat maakt het werken soms ook gemakkelijker. Soms kunnen mensen dan nog wel even sputteren, maar eigenlijk zijn ze dan al binnen. Dat is ook wel weer mooi van ouder worden.’

Leven ter ere van… Passe-partout
‘In de nieuwe Passe-partout is er echt ruimte gekomen voor het ambacht en de instinctieve laag. Waarbij ook de existentiële angst niet alleen in woorden, maar vooral in de ervaring en tussen de regels door een plek gekregen heeft. Anders gezegd: hoe ga je om met de nacht? Hoe ga je om met niet-weten? Hoe groot is existentiële angst, niet alleen als remmer van de ik-ontwikkeling, maar tegelijk ook als motor van de ik-ontwikkeling. Zo wordt er eigenlijk nergens met existentiële angst gewerkt. Ik kan inmiddels zelf veel gemakkelijker met mijn eigen angst omgaan. En ik kan heel goed werken met mensen die zo bang zijn dat ze in zichzelf van binnen al escaleren. Daar heb ik ook wel een neus voor. Mijn eigen angst was om net zo gek te worden als mijn vader, om te breken: ‘ik lijk zo op mijn vader, hij is gebroken, waarom zou ik niet net zo gek worden als mijn vader?’’

‘De eerste stappen richting Passe-partout hebben we gezet met readers over ‘De bewegingen van de ziel' en ‘De toegewijde reis’, die Mirjam Broekhuizen en ik samen maakten. Daarin komen de onmisbare begrippen naar voren als getuige en gids, de geest en de ziel. Dat gaat over hoe je je reis van leren aan het leven toegewijd kunt zijn. Samen met Mirjam Dirkx en Morten Hjort hebben we vervolgens het boek gemaakt. Zo’n groot werk kun je alleen maken als mensen elkaar dienen en steunen in het werk. Dat hebben we met dit team dan ook volop gedaan.'

‘Hoe kan je velden van relaties creëren waarin mensen leren? Dan heb je het al over de vensters van Passe-partout. Hoe kun je mensen zo voorgaan, dat is wat anders dan beter weten, in dat veld van ontmoeting, en hoe maak je dat dan? En Passe-partout wil al die lagen borgen. Dat was ook het monnikenwerk. De hele vormgeving draagt daar aan bij en de taal is rijker geworden op de existentiële laag. Er is veel meer verbinding en dan is er dus ook meer incarnatie. Daar gaat het over, dat we werkelijk ons aardse leven leven met de stem van onze bestemming.’

‘Ik ben heel dankbaar dat Passe-partout er is. Ik ben de mensen om me heen die me daarin gediend hebben, en dat zijn er veel, erg dankbaar. Want er is iets rond gekomen dat ik ook graag rond wilde maken. En weet je, over vijftien jaar zal er ongetwijfeld ook weer een keer iets anders ontstaan vanuit Passe-partout. Maar ik weet zeker: het heeft zoveel body. Ik vind het een kostbaar geschenk dat ik er bij ben geweest dat er hier iets is nagelaten wat zoveel mensen nog zullen gebruiken, ook om te dienen. Dat vind ik kostbaar.’


Referentie
Veenbaas, W., Hjort, M., Broekhuizen, M., & Dirkx, M. (2019). Passe-partout: Vensters op leren: Kaders. Utrecht: Phoenix Opleidingen.



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
Nog geen reacties geplaatst