Briefwisseling: Leiderschap nog aan toe
ma 23 feb 2026
Al 15 jaar schrijven Koen Marichal en Jesse Segers brieven naar elkaar. Soms in gesproken vorm, soms in geschreven vorm. Het onderwerp is steeds leiderschap in al zijn facetten en uitwerkingen. Van het abstracte naar het concrete en terug. Soms met sterke emoties en soms koel en pragmatisch. En steeds opnieuw zijn ze het eens met elkaar dat ze het niet helemaal eens geraken met elkaar. Omdat ze op verschillende manieren tegenpolen zijn. Maar ook omdat het antwoord op vragen over wat leiderschap is, welk leiderschap nodig is en hoe dat leiderschap ontwikkelt nooit definitief verworven zijn.
Reageren? Mail naar: info@kloosterhof.nl

Koen Marichal Jesse Segers
Koen Marichal is psycholoog, gastdocent leiderschap in Antwerp Management School, CVA-CNO, TIAS en Sioo, en oprichter van Casa 19 dat collectief leiderschap versterkt. In 2024 verscheen zijn meest recente boek De leider: Dat zijn wij.
Jesse Segers is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Exeter (VK) en partner van Ginkgo Consulting (BE). Hij helpt leiders en hun organisaties in hun ontwikkeling. Onlangs verscheen het boek Leading from the top:Veranderen en veranderen is drie dat hij schreef met Daan Sorgeloos.
In 2022 schreven ze samen Over leiderschap: 19 inzichten waarin ze recht proberen te doen aan zowel de waarheid als de realiteit van leiderschap. Marichal en Segers roepen op een open idee over leiderschap – ook over dat van jezelf – te koesteren.
Hei Jesse,
we weten beiden wat levenspijn is. Het is wat ons van in het begin, in 2009, op die zolderkamer van Antwerp Management School, tot zielsgenoten maakte. Ik leef met de pijn van een vroeg verlies van mijn moeder, van een echtscheiding, van een samengesteld en terug uiteengevallen gezin. Ik weet niet of ik toen rouwarbeid verricht heb zoals je het in jouw brief beschrijft. Ik was vooral aan het doorzetten, volhouden en ik herkende dat bij jou: strijden is goed, niets gaat vanzelf.
Het kleurde ook ons leiderschapsdenken. We investeerden er ons hele hebben en houden in, of zoals een therapeut het later tegen me zei: “Voor jou is alles existentieel, een kwestie van leven en dood.” Toen al benoemden we de rol van verlies in groei. Het zijn niet de cursussen die leidinggevenden sterker maken, maar wat ze doen met moeilijke levenservaringen. Dat inzicht deed ons leiderschapsprogramma’s ontwerpen als pittige levenservaringen. Leiderschap ontwikkel je door te groeien als mens, nietwaar?
De eerder besproken Machado de Oliveira (2021) deelt in haar boek het verhaal van een Cree-oudere over vier bergen of fases in het leven. Het is opvallend gelijkaardig aan de ons vertrouwde adult development theory van Kegan (1998). We starten als pasgeborene op de eerste berg. Als de wereld in orde is, dan word je onthaald met onvoorwaardelijk respect en dankbaarheid. Je wordt de berg opgedragen in de armen van jouw gemeenschap. Op de top zet je je eerste stappen en op de weg naar beneden, aan de hand van de ouderen, leer je grond onder jouw voeten te krijgen, krijgt voeling met de aarde, het land, het leven.
Op de tweede berg word je krijger. Je hebt keuzes te maken. Je hebt schrik dat je je plek niet waard bent, dat je de verkeerde keuzes maakt, dat je uitgesloten wordt of gaat mislukken. Velen bouwen een façade op van onoverwinnelijkheid, of van vriendelijkheid en behulpzaamheid. Anderen worden opstandig, wantrouwig op deze berg. Er zijn veel dwaalsporen. Op de weg naar beneden leg je je maskers af. Je komt tot rust, ontwikkelt je eigen wijsheid en kunt zien wat je de wereld te bieden hebt.
De derde berg is die van de jagers en kostwinners. De weg naar boven is het leren brengen van jouw medicijnen en giften in de wereld; een periode van proberen en mislukken. Je leert je eigen krachten inzetten naast en met die van de anderen, of dus ook leiderschap delen. Je verwerft zowel zelfvertrouwen als bescheidenheid, autonomie als verantwoordelijkheid, vrijgevigheid als begrenzing. Op de weg naar beneden zet je ze meer in perspectief, breder, dieper in de tijd.
Op de vierde berg, de berg van de ouderen, word je zelf een goede, betrouwbare gids voor anderen. Je bent beschikbaar, kunt anderen ontmoeten op de plek waar zij zijn. Je geeft jouw ervaring door, in het bijzonder die van jouw mislukkingen. Je geeft niet zelf instructies, maar je zorgt ervoor dat er geleerd kan worden. Op deze berg bereikt niemand de top gedragen door zijn eigen lichaam. Je hebt jouw lichaam achter te laten, dankbaar, in het reine. Je hebt jouw familie voorbereid, jouw liederen en verhalen doorgegeven, jongelingen tot ouderen gemaakt. Je vertrekt en laat alles achter, zelfs geen voetafdruk. Je wordt voorouder.
Wat kunnen we doen om leiderschap meer te verankeren in de zorg voor het goede in de gemeenschap?
De Oliveira stelt dat we als beschaving vast zijn komen te zitten op de berg van de ‘krijgers’. We verheerlijken de veroveraars, de machtigen, de succesvollen. Het is zo druk op de berg van de krijgers dat de andere bergen uit beeld verdwenen zijn. Voor mij klopt dat wel. Pas als vijftiger begon ik door te hebben hoe hard ik maar bleef strijden en hoe ik mezelf ook op een voetstuk plaatste daardoor. Alsof ik recht had op aandacht, medeleven, comfort, aanzien omdat ik zo aan het afzien was.
Weller (2025), therapeut en eminent denker over het thema rouw schetst het volgende, prangende beeld: “Those who didn’t fight death in adolescence are destined to live in a walking death. The failure to confront death during initiation, dooms many of us to become agents of death, eating life wherever we go.” Zijn uitspraken doen me anders nadenken over de upside-downwereld uit Stranger Things of over zombiefilms. Klopt het niet dat we met zijn allen het leven meer consumeren dan eren? Volgens Weller is onze beschavingscrisis eerst en vooral het niet om kunnen gaan met beperkingen, pijn, verlies.
Hoe kunnen we het bestaan van de vier bergen terug in beeld krijgen? Hoe zorgen we ervoor dat we waardig ouder worden, telkens opnieuw onze plek zoeken in de verschillende levensfasen en ook weer achterlaten? Wat kan ons daarbij helpen? Hoe oordeelkundig gaan we met elkaar om in het bewandelen van ons levenspad? Wat kunnen we doen om leiderschap minder te laten dienen voor succes op de berg van de krijgers en meer te verankeren in de zorg voor het goede in de gemeenschap?
“Embrace your grief, for there your soul will grow.”
– Jung
We zijn met zijn allen op heel veel manieren met deze vragen aan de slag. In het onderwijs gaat meer aandacht naar identiteitsvorming en begeleiding van initiatie en overgang – na misschien jaren van verwaarlozing. In organisaties en gemeenschappen worden tradities hersteld of eigentijds in stand gehouden. Op veel plaatsen wordt er terug gezongen, gedanst en samen gegeten. Velen, vaak onder de radar, vinden en hebben toegang tot ‘ouderen’ op hun berg. Velen zijn bewust bezig met thuis komen in eigen lichaam en natuur. Op vele plekken worden zorg, economie, landbouw en natuur samenhorig én gemeenschapsversterkend ontwikkeld. Er zijn cirkels allerhande waarin waarachtigheid mogelijk is en veel groepen komen bijeen voor ritueel werk, denk aan zweethutten, vision quests en nachtwakes.
En ikzelf? Ik gebruik nog altijd de wijsheid die je me ooit gegeven hebt: we vallen altijd opnieuw in dezelfde put, we kunnen alleen leren er sneller uit te klimmen. De vier bergen zijn geen vier bergen. Elk van ons heeft haar/zijn eigen berg en leert die gaandeweg met wat meer vreugde, gevoel van vrijheid en liefde beklimmen en afdalen. Ik vind het wel een inzicht, ook in leiderschap, dat dalen wezenlijk belangrijk is. “Embrace your grief, for there your soul will grow” (Jung).
Liefs,
Koen
Referenties
- Carl Jung, in Weller, F. (2015). The wild edge of sorrow: Rituals of renewal and the sacred work of grief (p. 11). North Atlantic Books.
- Kegan, R. (1998). In over our heads: The mental demands of modern life. Harvard University Press.
- Machado de Oliveira, V. (2021). Hospicing modernity: Facing humanity’s wrongs and the implications for social activism. North Atlantic Books.
- Weller, F. (2025). In the absence of the ordinary: Soul work for times of uncertainty (p. 18). North Atlantic Books.