Ik zoek een...

Actueel - Nieuws

Recensies Tijdschrift voor Coaching september 2016 (deel 2)

di 27 sep 2016

Het Coachspel: Wie ben ik, wie ben jij?
Carla van Loon e.a.
Jaar van uitgave: 2015. www.wil-kunnen.nl

Toen ik het coachspel thuisgestuurd kreeg, was ik verbaasd. Mijn idee bij ‘coachspel’ was een simpele set kaarten; wat ik kreeg was een grote doos met kaartjes, dobbelstenen, pionnen en een plastic speelveld. Het speelveld is verdeeld in 5 categorieën: vrije tijd, werk, maatschappij, relaties en studie. De kaarten bevatten vragen over die velden, verdeeld in ‘willen’ en ‘kunnen’. De dobbelstenen bepalen welke vraag je krijgt. Ook zijn er extra uitdagende vragen, beren op de weg, en kaarten waarmee je beurten kunt doorgeven of overslaan. Je bepaalt zelf waar je begint, en komt gedurende het spel in meerdere gebieden.
Spelers worden uitgenodigd om in gesprek te komen, met de vragenkaartjes als startpunt. Sommige zijn met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden, maar veel kwesties zijn uitdagender en raken de kern van wat iemand drijft. Om van en over elkaar te leren, is het van belang dat de medespelers alert zijn en doorvragen op een eerste antwoord. Daarbij is time-management een vereiste om iedereen evenveel aan het woord te laten komen.
De kracht van het coachspel zit net zozeer in de (mede)spelers als in de thema’s. Je speelt met maximaal 6 personen, maar ook in kleinere groepen of zelfs individueel levert dit spel waardevolle kennis over jezelf en de ander op. Dit spel biedt een goed aanknopingspunt om bijvoorbeeld aan teambuilding te werken, waarbij het risico bestaat dat het té persoonlijk wordt. Dat risico is minder in kleinere groepen en met mensen die elkaar al goed (denken te) kennen. Toch zou ik een ‘gespreks-/spelleider’ aanwijzen die tijd en onderlinge relaties in de gaten houdt.
De spelregels zijn duidelijk en simpel, maar laten voldoende vrijheid om je eigen invulling te geven aan het spel. Qua uiterlijk kan er nog wel een professionaliseringsslag gemaakt worden: de doos is niet erg stevig, en de kaartjes wekken bijna de indruk handmatig uitgeknipt te zijn. Het speelveld daarentegen ziet er mooi uit, net als de plaatjes op de kaarten.
Het ‘Coachspel Wie ben ik, wie ben jij’ is een ontspannen manier om soms lastige onderwerpen te onderzoeken, individueel, met vrienden, gezinsleden of collega’s. Het prikkelt en nodigt uit tot nadenken, tijdens het spelen, en daarna. De vraag met wie ik eens een dagje wil ruilen, houdt mij inmiddels al tijden bezig…

Juliette Kars, loopbaanadviseur en coach

Small Data
Hoe kleine veranderingen leiden naar grote trends.
Martin Lindstrom
A.W. Bruna Uitgevers B.V. ISBN 978 94 005 0731 9

Martin Lindstrom heeft een beroep waar menig marketeer van zal dromen: hij reist als ‘branding consultant’ de hele wereld over en adviseert grote merken als LEGO, Pepsi en Aeronautica Militare. Lindstrom maakt daarbij gebruik van ‘small data-mining’: hij doet onderzoek bij de mensen thuis. Hij bekijkt met forensische precisie hun voorraadkasten, hun tweets en statusupdates, hun slaapkamer en badkamer, zelfs hun afval. Lindstrom delft zo informatie op over de heimelijke verlangens van een doelgroep, land of cultuur.
Door zijn small data te mengen met big data krijgt Lindstrom een verrassend amalgaam van verbanden. Daarop baseert hij vervolgens een nieuwe, winstgevende merkenstrategie. De hoofdstuktitels geven een indruk van die onverwachte verbanden: ‘Hoe paarden, overhemdboorden en religieuze overtuigingen hielpen een noodlijdend Braziliaans bier weer te laten schuimen’ of: ‘Afslanken met bedeltjes (en met behulp van fastfood, een bioscoop in het Midden-Oosten en een zwembad in een hotel)’.
Het boek is makkelijk geschreven. De stijl is af en toe wat stijfjes, maar dat kan ook aan de (soms gemakzuchtige) vertaling liggen. Zijn antropologische onderzoeken zijn interessant en vermakelijk, de conclusies die Lindstrom daaruit trekt soms wat voorbarig. We moeten Lindstrom maar geloven op zijn jarenlange onderzoekservaring en tevreden klanten. Het boek eindigt met een hoofdstuk waarin de techniek van het small data-mining kort wordt uitgelegd.
Door het anekdotische karakter van het boek is het soms lastig om de rode draad te blijven volgen. Lindstrom schiet elk hoofdstuk vliegensvlug de wereldbol over: van een Japans biermerk dat marktaandeel terug wil veroveren in Brazilië, via een roltrap in Medellin, Colombia naar een gerenommeerde club in Hong Kong, en via een modemerk uit Italië terug naar de Copacabana.
De observerende kwaliteiten van Lindstrom zijn indrukwekkend. Ook een coach moet goed kunnen observeren. Maar zij hoeft niet in de sokkenla of koelkast van haar cliënt te gaan neuzen – lifestyle coaches misschien uitgezonderd. Lindstrom gaat op zoek naar verlangens, om die te vertalen naar nieuwe of grotere afzetmarkten voor zijn opdrachtgevers. Ook een coach zoekt, samen met haar cliënt, naar diens verlangens. Ik geloof persoonlijk dat die verlangens niet van grote diepte hoeven te worden opgedolven, dat cliënten zelf het beste weten wat ze willen.
Kortom, een leuk boek voor de vakantie, maar waarschijnlijk weinig toepasbaar in de coachingspraktijk.

Marielle Habraken, communicatieadviseur

Transitie 33
Vertelling over effectief communiceren
Hans Siepel en Frank Regtvoort
Elikser Uitgeverij, 2016. ISBN: 978 90 8954 858 0

Transitie 33 vertelt het verhaal van een hoogleraar communicatiewetenschappen die zijn keynote speech over de toekomst van overheidscommunicatie voorbereid. Hij zal zijn speech voordragen voor een congres van communicatieprofessionals en bestuurders in dienst van de overheid. Een interview een half jaar voor het congres leidt ertoe dat hij de basisaanname van zijn totale bijdrage aan de communicatiewetenschap moet heroverwegen.
Het interview loopt dus niet zoals gepland. De interviewster vraagt hem naar een wetenschappelijke verklaring voor de negatieve communicatie-effecten waarmee overheid, financiële sector, media en sportbonden te kampen hebben en hij raakt volledig de kluts kwijt. Zij is niet langer overtuigd van zijn antwoorden en breekt het interview af.
De interviewster wijst de hoogleraar op een artikel van haar hand waarin zij uitleg geeft over drie opeenvolgende mensbeelden door de eeuwen heen. In het hermetische mensbeeld beschikt de mens over een materiële en een immateriële natuur; naar zijn lichaam is hij stoffelijk, sterfelijk en tot het kwade geneigd; naar zijn innerlijk wezen is hij geestelijk, onsterfelijk en geneigd tot het goede.
In het rationele mensbeeld wordt de mens zijn goddelijke natuur ontzegd en wordt hij gereduceerd tot de som van zijn biologische processen. In het autonome mensbeeld krijgt de mens – opnieuw - voeling met zijn vermogen om zijn eigen werkelijkheden te scheppen gecombineerd met het vermogen om zich een realistisch beeld te vormen van hoe andere mensen in het leven staan en wat hen beweegt. Na lezing van dit artikel begint het hem te dagen hoezeer deze botsing van mensbeelden effectieve communicatie tussen overheid en burgers in de weg staat.
Het boek eindigt wanneer de spreker op zijn fiets op weg naar het congrescentrum de intro van zijn speech oefent; ‘Dames en heren, uw communicatie wisselt van gedaante, een paradigmashift zo u wilt, zowel inhoudelijk, rationeel als procesmatig’.
Transitie 33 bevat een waardevolle boodschap. De moderne burger weet intuïtief dat  het communicatiediscours van de overheid niet deugt; te technocratisch, rationeel, managerial en te zeer het domein van spindoctors. Ook de traditionele media brengen vooral politici, wetenschappers, zichzelf en normale mensen in beeld die negatieve werkelijkheden scheppen.
De moderne mens is uitstekend in staat om in wisselwerking met anderen zijn eigen (positieve !) werkelijkheid vorm te geven. Het is daarom de hoogste tijd voor een ander mensbeeld in overheidscommunicatie; afgestemd op iemand die begaan is met de mensen om hem heen, die goed en fout doet, maar ten diepste gewoon deugt.

Roel van der Heijde, trainer & (team)coach

Creativiteit krijg je niet voor niks
Over de psychologie van creativiteit in wetenschap en werk
Garsten de Dreu en Daniel Sligte
Koninklijke Van Gorkum, 2016. ISBN 978 90 232 5492 8

Dit boek geeft wetenschappelijk onderbouwd antwoord op veel vragen over creativiteit in wetenschap en werk. Creativiteit definiëren de auteurs als: “Het bedenken van nieuwe en mogelijk toepasbare ideeën, producten of oplossingen”. De auteurs zijn op zoek gegaan naar de psychologie achter creativiteit. Het  inzicht van de lezer rondom creativiteit wordt door dit boek vergroot: wat werkt wel en wat werkt niet. Daarnaast worden diverse mythes over creativiteit ontrafeld en doorgeprikt. Met de conclusies die in het boek gegeven worden, kun je als individu, organisatie of facilitator aan de slag om je eigen creativiteit, die van je medewerkers of die van je deelnemers aan je workshop te vergroten.
In negen hoofdstukken worden alle aspecten rondom creativiteit behandeld. Elk hoofdstuk start met een kort overzicht van de te behandelen onderwerpen en eindigt met een samenvatting van de conclusies uit dit hoofdstuk. Dat laatste is erg handig als je  de conclusies weer een keer op een rijtje wilt hebben. Het boek is doorspekt met literatuurverwijzingen en verwijzingen naar wetenschappelijk onderzoek. Dat komt de betrouwbaarheid van de gedane uitspraken ten goede.
Een paar high-lights uit het boek
In hoofdstuk 2 onderbouwen de auteurs dat creativiteit niet gelijk is aan innovatie en ook niet gelijk is aan originaliteit.
De belangrijkste conclusie van hoofdstuk 3 is:  “Creativiteit  komt niet uit de lucht vallen. Het vereist relevante kennis door studie, oefening en ervaring. Hierdoor zijn volwassenen over het algemeen creatiever dan kinderen.”
De belangrijkste conclusie van hoofdstuk 7 is dat samenwerken met andere experts essentieel is voor creatieve productie. Dit geldt met name in de wetenschap.
Hoofdstuk 8 gaat over  groepscreativiteit. In dit hoofdstuk wordt weerlegd dat brainstormen in een groep tot meer en betere creatieve ideeën leidt.
Het laatste hoofdstuk gaat onder andere in op de morele en ethische aspecten die spelen bij creativiteit.
‘Creativiteit krijg je niet voor niks’ is een goed wetenschappelijk onderbouwd boek dat ik kan aanraden aan iedereen die met creativiteit te maken heeft. De lezer moet zich echter wel realiseren dat het boek niet altijd makkelijk leest. Verder moet je de conclusies die getrokken worden nog wel vertalen naar je eigen omgeving.

Henri Haarmans, zelfstandig facilitator, trainer, coach

 



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
Nog geen reacties geplaatst