Ik zoek een...

Actueel - Nieuws

Recensies Tijdschrift voor Coaching november 2014 (deel 1)

di 04 nov 2014

Het social media handboek voor coaches
Fiona Stoop
Uitgeverij Boom/Nelissen, 2014. ISBN 978 90 244 0276 2 NUR 808

Als coach wil ik graag weten wat ik heb aan social media. Het boek begint met basiskennis: LinkedIn is te zien als een vergaderruimte, Facebook als een huiskamer en Twitter is het gedrag bij het koffiezetapparaat. Maar voordat je je profileert moet je eerst nadenken over personal branding: hoe wil je overkomen? Wat is je doel? En je doelgroep? De marketingachtergrond van de auteur is hier duidelijk zichtbaar.
Vervolgens komen de belangrijkste social media aan bod. LinkedIn, Facebook, Twitter, YouTube, Printerest, Google+ en Bloggen. LinkedIn is het zakelijke visitekaartje. Veel professionals zoeken elkaars profiel op voordat ze elkaar zien en je kunt aanbevelingen geven. Zelf zit ik ook op LinkedIn en ik herken wat Stoop schrijft over deze site.
Ik zit niet op Twitter en met de aanbeveling om 1-2x/dag te twitteren, besluit ik dat deze rage aan mij voorbij gaat. Facebook dan: vooral handig als je particulieren en laaggeschoolden als klant hebt. Je kunt een bedrijfspagina maken, maar consumenten zitten volgens Stoop niet te wachten op het liken van bedrijven op Facebook.
Van het hoofdstuk over YouTube leer ik veel: je kunt een profiel aanmaken en filmpjes downloaden, zodat je ze bijvoorbeeld offline in een powerpoint presentatie kunt gebruiken. Skype is handig voor gesprekken (met klanten) op afstand, Google+ moet zich nog verder ontwikkelen. Bloggen kan volgens Stoop veel klanten naar je eigen site trekken, vooral als je op social media zit en linkt naar je blog.
Het laatste deel van het boek gaat over wat je coachee aan social media heeft. Het privacydilemma wordt besproken, net als het zoekgedrag van recruiters: ze kijken op LinkedIn naar je werkervaring en vaardigheden en op Facebook of je past in de cultuur van het bedrijf.
Voor mij is het Social media handboek voor coaches een waardevolle aanvulling op mijn kennis. Bij de volgende versie zou ik graag QR-codes zien. Nu moet je een link letterlijk overtypen. Verder wordt alleen geschreven over bedrijven, maar ik denk dat organisaties een beter woord is. (Semi)overheden, verenigingen en stichtingen maken immers ook gebruik van social media. Met een code is het e-book te downloaden. Dat is lelijk uitgevoerd, soms staat de naam van een hoofdstuk aan het einde van de rechterbladzijde. Het papieren boek is mooier.

Joke Tacoma, psycholoog en loopbaancoach, gespecialiseerd in mensen met een technische achtergrond

Ontwikkel je mindset
Progressiegericht aan het werk
Gwenda Sclundt Bodien
Van Duuren Psychologie, 2014. ISBN 978 90 896 5247 8

Het boek is opgebouwd uit zeven hoofdstukken en begint met een inleiding over de progressiegerichte mindset. De progressie gerichte mindset is voor de schrijfster: ‘De mindset dat mensen altijd in staat zijn zich te verbeteren, en dat wanneer mensen zich willen verbeteren en ervan overtuigd zijn dat ze zich kunnen verbeteren, ze zelfstandig vooruit kunnen komen door stap voor stap en doelbewust te doen wat werkt voor henzelf.’
In het tweede hoofdstuk beschrijft ze 20 progressiegerichte basisinterventies. De laatste interventie is niet zozeer een interventie, maar meer een model waar ze mee werkt, namelijk het 4SFC model. Dit model bepaalt de opbouw van de volgende drie hoofdstukken. Helpen (coachen), sturen (leidinggeven) en trainen. Instrueren is een subhoofdstuk binnen trainen.
Na het model uitgewerkt te hebben schrijft ze verder over teams en hoe je daar progressiegericht mee kunt werken. Het laatste hoofdstuk gaat over gericht en effectief feedback geven. Het boek sluit af met een bijlage waarin alle progressie gerichte interventies en vragen nogmaals benoemd staan.
In elk hoofdstuk bespreekt de schrijfster theorie afwisselend met een uitgebreid voorbeeld, uitgeschreven in bijvoorbeeld een gesprek tussen coach en cliënt, of leidinggevende en medewerker. Alle situaties waarin je progressiegericht kunt werken, worden besproken. In het hoofdstuk over teams bespreekt ze bijvoorbeeld intervisies, conflict interventies, vergaderen, etc. Het is hierdoor een heel praktisch boek, wat bovendien makkelijk leest. Voor mij persoonlijk waren de voorbeelden wat lang, waardoor ik dezen gedeeltelijk heb overgeslagen.
De titel gaf mij in eerste instantie een verkeerde indruk. De nadruk van het boek ligt veel meer op progressiegericht werken, dan op je eigen mindset ontwikkelen. De ondertitel zegt dus veel meer over de inhoud. Met deze methode verander je vooral de mindset van de cliënt en/of de medeweker en ontwikkel je als coach, leidinggevende, docent de taal om progressiegericht te werken. Als je concrete handvaten (zinsconstructies en vragen) wilt voor progressiegericht werken is het een zeer handig boek.

Irene de Boer, coach en trainer

In het moment
De theorie en praktijk van mindfulness
Susan Smalley en Diana Winston
Hogrefe, 2014. ISBN 978 90 797 2991 3

Het boek, oorspronkelijk gepubliceerd in de USA (2010) en in 2014 vertaald in het Nederlands, belooft een toegankelijke maar tegelijkertijd diepgaande introductie in mindfulness.Het bestaat uit 11 hoofdstukken, waarbij volgens een heldere structuur per hoofdstuk geschreven wordt:  de wetenschap, de kunst (kunde) en de praktijk. Dit is een inspirerende opbouw, van theoretische achtergrond naar de praktijk: zelf aan de slag.
De eerste hoofdstukken gaan in op de vraag wat mindfulness is, en op de eerste kennismaking hiermee. Vervolgens wordt er gekeken naar de verschillende terreinen van ons leven waarop mindfulness invloed kan hebben: het ervaren van fysieke pijn, het voelen van negatieve en positieve emoties, het richten van aandacht, het omgaan met stressvolle gedachten en het omgaan met obstakels waar we tegenaan lopen.
In het laatste hoofdstuk laten de auteurs de structuur, die tot dan toe in elk hoofdstuk gebruikt is, los en schrijven ze over de rol die mindfulness kan spelen in de wereld. ´Mindfulness in actie´ is de titel van dit hoofdstuk.
Het boek leest gemakkelijk. De afwisseling tussen wetenschappelijke ontdekkingen en de praktische toepassing hierop volgend in de vorm van meditatie-instructies maakt het tot een leuk en handzaam boek. Wat het ook herkenbaar maakt, zijn de ervaringen van anderen die uitgeschreven worden. Kort wordt er omschreven wie er aan het woord is (bijvoorbeeld: Johan, een 57-jarige advocaat, deed de volgende ontdekking …) Hierdoor voel je je als lezer begrepen.
De oefeningen zijn geleide meditaties die hardop voorgelezen kunnen worden. Hiervoor zou het handig zijn om een tweede persoon in de buurt te hebben, die de oefening voor kan lezen zodat je de oefening direct kunt doen. De auteur raadt je als alternatief aan om de oefeningen vooraf op te nemen, persoonlijk heeft dit niet mijn voorkeur. Overigens noemen ze ook een link naar een website, waar je vergelijkbare meditaties in diverse talen kunt beluisteren.
Voor mij is de beloofde toegankelijke maar diepgaande introductie waargemaakt: dit boek is een aanrader.

Inge Schoenmaker, LifeCoach

Meesterschap in coaching
Als professioneel begeleider de methodiek voorbij
Arnold Timmermans en Ingrid de Groot
Boom /Nelissen, 2014. ISBN 978 90 244 0313 4

Het boek behandelt de fase waarin een ervaren coach zich kan bevinden en zet vraagtekens bij het vasthouden aan methodieken en werkwijzen. In elf hoofdstukken worden verschillende aspecten van de ervaren coach en zijn/haar coachgesprekken onder de loep genomen. Het bepleit het ‘niet weten’ als basis versus de ‘ik weet alles en kan alles’-houding van sommige coaches. Ze bespreken aspecten als: de intake, wat is coaching?, waar ligt de verantwoordelijkheid?, als coach hoor ik het toch te weten?, het ego van de coach, diplomashoppen, faciliteren versus controleren etc.
Het is een boek dat je doet nadenken en bij mij steeds de vraag oproept: ‘Ben ik het met ze eens?’ ‘Omarm ik hun analyse en suggestie?’
Bij veel onderwerpen was dat zeker zo. Ik coach zelf al een jaar of tien en ben het van harte met ze eens als het gaat over het open benaderen van een coachee en het vragen stellen vanuit open belangstelling in plaats vanuit controle of sturing. Ook kan ik me vinden in het faciliteren in plaats van controleren en het loslaten van methodieken en dogma’s. Geen aanpak is heilig en overal van toepassing of het nu NLP of TA of Systemisch werk of een andere invalshoek betreft.
Waar ik allergisch voor ben is dat ze uitgebreid toelichten vanuit woordenboeken of etymologie wat woorden als ‘faciliteren’ of ‘coachen’ betekenen. Dat voegt voor mij niet veel toe.
Van woordspelingen als ‘toeval’ is als iets dat je toe-valt en ‘1 plus 1 is drie’ krijg ik kriebels, ik zie dan zelfvergenoegde coaches voor me die het hebben over ont-dekken en ont-wikkelen, ver-anderen, brrrr...
Aan het eind van het boek stellen ze dat je het weten mag loslaten en je er op mag vertrouwen dat goede dingen zullen gaan gebeuren als je dat doet en je vertrouwt op synchroniciteit. En dat het leven zelf veel beter weet wat er nodig is dan ons analyserend, logisch denkvermogen. Dat komt wat Rhonda Byrne-achtig op me over. Er zit zeker waarde in die benadering, maar voor mij ruikt het teveel naar een nieuw dogma. Mijn conclusie: nuttig boek om jezelf als coach tegen het licht te houden met een te zweverig einde.

Oscar Wildschut, trainer en coach

De psychopaat in mij
De persoonlijke reis van een neurowetenschapper door de donkere kant van het brein
James Fallon
Uitgeverij Nieuwezijds, 2014. ISBN 978 90 571 2410 5

James Fallon schreef een openhartig boek over de biologische en psychologische achtergronden van zijn familie. Het is gebaseerd op wetenschappelijke data uit de neurologie, de psychiatrie en de genetica. Hij schreef het voor collega's, maar gelukkig ook voor familie en vrienden. Bij toeval ontdekt de schrijver, een hersenwetenschapper, dat hij psychopaat is. De scan die van zijn eigen hersenen is gemaakt, komt overeen met die van de meest koelbloedige moordenaars waarvan hij eerder het brein had onderzocht. Activiteit in het brein die verantwoordelijkheidsgevoel en empathie bij 'normale' mensen laat zien, ontbreekt bij psychopaten.
´De psychopaat in mij´ is een bijzonder boek. Het eerste dat ik me afvroeg was: is dit wel een boek voor coaches? De afbeeldingen en hersenscans schrikken af, evenals de vele vaktechnische termen. Omdat het wel erg veel jargon bevat en soms sterk uitweidt, heb ik hier en daar wat overgeslagen. Aanhaken als coach deed ik wel bij de beschrijving van zijn memoires. En de invloed die ouders en opvoeders hebben. Zo spreekt ook zijn positieve eindconclusie me aan: "Een goede, koesterende opvoeding kan de waardeloze kaarten die de natuur je bij geboorte heeft toebedeeld volledig compenseren."
Om het geheel begrijpelijker te maken, vergelijkt Fallon het brein met de Rubiks kubus. Zoals de algemeen bekende linker- en rechterhersenhelft, maar ook het bovenste, midden en onderste deel. Deze neurale circuits komen op een verschillende momenten in ons leven tot ontwikkeling. Zoals dat van de puber, de adolescentie en de dwarse tweejarige. Maar ook - en dat is heel interessant - bestaan er hersengebieden die  pas volledig geïntegreerd raken als mensen in de zestig zijn! "Op die leeftijd lijken menselijk inzicht, cognitie en begrip in vele domeinen van het leven vaak hun hoogtepunt te bereiken."
Na een uitnodigende proloog volgen tien hoofdstukken. Het eerste stelt de vraag 'Wat is een psychopaat?' Niet geheel onbelangrijk, omdat daar kennelijk nogal wat verschil van mening over bestaat. In het laatste hoofdstuk 'Waarom bestaan psychopaten?' geeft de schrijver aan dat we psychopaten vroeg in hun leven moeten identificeren en op het rechte pad houden, want zij zijn de overlevers in moeilijke tijden. De schrijver volgt verder enerzijds de gebeurtenissen privé en in zijn werkrelaties vanaf zijn ontdekking. Anderzijds zet hij die ontdekking af tegen zijn persoonlijk leven van opgroeien tot de man die hij nu is en de geschiedenis van zijn voorouders. Hij gaat daarbij terug tot 1167.

Marrie Rietveld, coach

Omgaan met verandering
Siranus Sven von Staden. Van Duuren Psychologie, 2014.

Dit is een van de boekjes uit de ‘In 30 minuten weet je meer’-reeks van uitgeverij Van Duuren Psychologie. De boekjes uit die reeks bestrijken populair-wetenschappelijke, psychologische onderwerpen als charisma, zelfvertrouwen en veerkracht. Dit boekje gaat over omgaan met verandering.
Het is een erg leuk concept: ‘in 30 minuten weet je meer’. De reeks “is bedoeld voor lezers die in korte tijd kernachtige en betrouwbare informatie willen verkrijgen.” Elk hoofdstuk begint met een aantal sleutelvragen, die een snelle oriëntatie mogelijk maken: je bladert direct naar de bladzij die jouw vraag beantwoordt. In elk hoofdstuk is de belangrijke informatie steeds gemarkeerd met een zogenaamd ‘30-minutenlogo’. Elk hoofdstuk eindigt met een samenvatting. Aan het eind van het boek is in de laatste paragraaf ‘Snel lezen’ bovendien een integrale samenvatting gegeven die alle belangrijke aspecten bevat. Dit alles maakt dat de titel van de reeks meer dan waargemaakt wordt: binnen 30 minuten weet je een hoop meer. Het gehele boek(je) beslaat echter slechts 115 pagina’s en het is gedrukt op ongeveer briefkaartformaat, dus op een gegeven moment vormen al die samenvattingen een enigszins storende herhaling van de geboden informatie.
Nu over de inhoud. De auteur (1968) legt in de eerste twee hoofdstukken in heldere bewoordingen uit waarom de mens moeite heeft met veranderingen, waar de angst (ook fysiologisch) voor verandering vandaan komt en welke strategieën er bestaan om met verandering om te gaan. Vervolgens werkt hij de strategie ‘veranderingen als kans zien en ervan profiteren’, in de laatste drie hoofdstukken verder uit, met theorie, voorbeelden en praktische oefeningen.
Daarin maakt de auteur bijna onmerkbaar een perspectief-switch. Aanvankelijk lijkt het boek te gaan over de vraag hoe je het beste om kunt gaan met veranderingen die van buiten komen. Vanaf hoofdstuk drie zet het boek echter koers naar een pleidooi voor het zelf in gang zetten van verandering en daarmee regie nemen op je eigen toekomst: “je kunt (bijna) alles bereiken!” Daarmee is dit boek wat mij betreft het zoveelste ‘empowerment’-boek, zonder dat deze term overigens expliciet gebruikt wordt. Misschien doet het boek zodoende onvoldoende recht aan het feit dat er nu eenmaal ook veranderingen zijn waarvoor andere copingstrategieën werkelijk beter geschikt zijn. Hoe je vaardigheden als berusten, accepteren en meeveren kunt ontwikkelen staat misschien in een ander boek beschreven.

Claudia van Orden

Mijn Dikke – Ik
Erica Gasseling
Quist,2014. ISBN 978 94 919 1804 9

Aan de basis van het boek liggen ervaringen van mensen die gevangenzaten in hun patronen; in hun 'Dikke-ik'. Een rode draad in deze levensverhalen is het verzet en de strijd rond afhankelijkheid en onafhankelijkheid. Erica beschrijft in deel 1 verdiepend hoe een patroon ontstaat, wat kind behoeften zijn, hoe je waarneming werkt en waarom een vorm van verandering een paar jaar tijd kost (net zoals het ontstaan van een patroon). Ook beschrijft ze onder andere de motto’s die we generatie op generatie doorgeven en ook hoe om te gaan met die overtuigingen. Opvattingen als: ‘in deze wereld kun je niemand vertrouwen’ of ‘het lukt je/me toch nooit’. Een prachtige zin in haar boek vind ik: “Vastgeroeste ideeën kun je niet ineens veranderen. Je kunt het heden pas veranderen als je het verleden (er)kent."
In deel 2 van het boek beschrijft Erica de 5 handelingspatronen. Hun benaming luidt: Zelfredzaamheid, De artiest, Het loket, De twijfelkont, De angsthaas.
Alsof je bij de gesprekssessies aanwezig was, kun je lezen over de wijze waarop ze verstrikt zijn door hun (onvoldoende werkende) strategieën. De dialoog tussen coachee en coach is uitgebreid beschreven. In de gesprekken lees je terug welke interventies Erica heeft ingezet zoals de ‘rollen’ uit de Transactionele Analyse of bijvoorbeeld de dramadriehoek. Het boek sluit af met de workshop die je kunt volgen bij Erica Gasseling. Erica heeft bedrijfskunde en psychologie gestudeerd en werkt nu als coach en assessor. En zeker voor die laatste groep professionals lijkt mij dit boek verhelderend. Ik werd blij van de modellen die Erica hebben doen groeien, zoals PRI van drs. Ingeborg Bosch en ZKM van prof. Hermans. Ofman, Byron Katie, Albert Ellis; mooie namen die Erica hebben geïnspireerd. Ik dacht ook wat systemisch denken terug te zien. Als je therapeutisch wil werken, raad ik de boeken van Ingeborg Bosch aan. Dan mis ik in ‘Mijn Dikke – Ik’ de diepgang in afweermechanismen. Misschien komt het omdat Erica volledig vanuit haar eigen ervaring (ik-vorm) schrijft over de 5 handelingspatronen. Maar goed, het boek is dan ook vooral geschreven voor HRmanagers, coaches, communicatieadviseurs en onderwijzers.

Carla van Loon, integratief therapeut

 

 

 



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
Nog geen reacties geplaatst