Column Guido van de Wiel: Kijk, denk, verwonder

ma 20 apr 2026 - Guido van de Wiel

Op Facebook kwam ik een klein raadsel tegen. De opdracht? ‘Find the Missing Number’, met daaronder een in vieren gedeelde cirkel. Reeds ingevuld waren – met de klok mee van linksboven tot en met rechtsonder – de getallen 4, 16 en 64. Alleen linksonder prijkte in plaats van een getal een rood vraagteken.

See, Think, Know
Er werd één antwoord als het juiste verondersteld. Juist daar had ik moeite mee. Alsof er in dit leven op een situatie maar één mogelijk antwoord is. We leven in het paradigma van goed en fout. Maar al te vaak gaat het erom het ene juiste antwoord te vinden. Niet alleen deze brain-teaser vraagt naar één uitkomst, maar dit is ook de manier van examineren bij schoolvakken, IQ-tests en vormt de basis van hele assessmentprocedures.

Het gevaar wat ontstaat door testen, vragen en assessments op deze eenvormige en eenzijdige manier te ontwerpen, is dit: heb je eenmaal een antwoord gevonden dat past, ontstaat het gevaar dat je denkt klaar te zijn. Dat je denkt “het” antwoord te hebben. Daarmee leren we onszelf dus onbewust aan dat je met één keer slim nadenken de monopolie op de waarheid kunt gaan claimen. Zo versterken we de leerstrategie van ‘See, Think, Know’.

Maar daarmee leren we vooral onszelf ingraven en komen we in de potentiële groef van polarisatie, omdat we ingesteld zijn op steeds dat ene goede antwoord. Waardevol in veel technische situaties, maar onhandig en incompleet om dit onszelf als strategie aan te meten in sociale situaties.

See, Think, Wonder
In veel sociale situaties gaat het er juist om om je in te kunnen leven in andere perspectieven. Om empathie te oefenen, om andere antwoorden dan je eigen oplossing op problemen te leren uitluisteren. Ineens is één antwoord geven ontluisterend. Ben je in staat om steeds weer andere antwoorden te formuleren op een vraag die voorligt, dan versterk je juist de leerstrategie van ‘See, Think, Wonder’. Kijk, denk, verwonder.

Kijk je vanuit dit multi-perspectief naar de opgave waar ik deze column mee begon, dan zou je deze som nog steeds kunnen gebruiken. Alleen nu niet in een zoektocht naar het ene juiste antwoord, maar juist als opgave waarmee je dit multiparadigma kunt oefenen. Dat begint ermee je een andere vraag te stellen. Jezelf een andere opgave mee te geven. In plaats van vragen naar het ene, goede antwoord zou je bijvoorbeeld kunnen vragen:
Welke verschillende getallen kun je allemaal – met steeds weer een andere legitieme uitleg – in het vakje linksonder kunnen zetten? Voor welke antwoorden zou je allemaal een case kunnen maken? En op welke verschillende antwoorden stuit je dan allemaal?

Van één antwoord naar een waaier aan mogelijke antwoorden
Terug naar de opgave. Daar stond dus:

    

Een eerste antwoord op de plek van het vraagteken zou kunnen zijn: 1.
Want de reeks 1-4-16-64 is steeds een vermenigvuldiging met vier.

Een tweede antwoord wat net zou goed zou kunnen is: 256. Want ook de reeks 4-16-64-256 is steeds een vermenigvuldiging met vier.

Ook voor het antwoord 8 lukt het me een onderbouwing te geven. Want 4x4=16 en 8x8 = 64. Dus dan zou rechts steeds het kwadraat staan van het getal links.

6 is eveneens een mogelijk antwoord. Rechts staan steeds getallen bestaande uit twee cijfers. Streep je uit de vakjes rechts het linkergetal weg, dan komen in de linkervakjes kruislings geplaatst de overgebleven getallen te staan.

1 is een mogelijk antwoord: bovenin staan drie getallen: 4, 1 en 6. Met de 1 linksonder maak je die drie getallen ook onderin compleet.

122 kan heel goed. Daarmee zouden alle vakjes tezamen precies twee keer gevuld zijn met de vier laagste delers van 12, te weten: de 1, 2, 4 en 6.

52 is ook een kloppend antwoord. In dat geval is de optelsom van de kruislings geplaatste getallen in beide gevallen 68.

Op een vergelijkbare manier is ook -44 een passend getal: hiermee zijn de bovenkant en onderkant opgeteld precies 20.

Of 76 als antwoord: daarmee ontstaat er logica, doordat de getallen links én de getallen rechts allebei op precies 80 uitkomen.

Ook 9 is een prachtig antwoord. Want het getal zestien bestaat uit zeven letters. Het verschil tussen zeven en het getal vier (links) is drie. Vierenzestig rechtsonder bestaat uit 12 letters, dus dan geeft een ingevulde 9 linksonder een overeenkomst doordat 12 – 9 ook drie is.

8 en 9 zouden samen prima in het vakje linksonder kunnen passen. Daarmee zou je in één oogopslag de getallen hebben staan die The Beatles in titels van hun nummers hebben verwerkt: 64 en 4 verwijzen dan allebei naar When I’m Sixty-Four. 16 staat voor het nummer ‘Sweet Little Sixteen’ dat ze als cover live speelden en opnamen voor BBC-radioshows begin jaren zestig. En dan zouden de 8 en 9 respectievelijk staan voor Eight Days a Week en Revolution 9.

Het oefenen van een ander paradigma
De andere vraagstelling zorgt voor het inzetten van andere kwaliteiten. Je blijft ook na je eerste antwoord openstaan voor andere antwoorden. Je wilt blijven zoeken naar hoe je – enigszins verdedigbaar – ook nog op een andere manier naar deze opgave kunt kijken. In een wereld waarin we allemaal anders zijn is het belangrijk om juist deze kwaliteit te blijven trainen; om benieuwd te blijven naar hoe andere mensen op dezelfde werkelijkheid allemaal ieder hun eigen antwoorden formuleren. Dus wat oefen je hiermee onbewust? Allereerst de levensvisie dat iedereen anders naar een situatie kijkt. Dat er meerdere antwoorden, verschillende keuzes en uiteenlopende uitkomsten mogelijk zijn; dat antwoorden afhankelijk zijn van de context en van hoe je kijkt en denkt. Het overschrijft je denken in een eenvormig en zogenaamd objectief goed en fout. Niet meer “zo zit het”, maar “zo zou het ook kunnen zitten”. Je gaat zien dat er vanuit een andere waarde ineens andere antwoorden mogelijk zijn die net zo waar en waardevol zijn als jouw ene vondst. De opgave is hetzelfde gebleven, maar met deze andere vraag lok je ineens nieuwsgierigheid, creativiteit en inlevingsvermogen uit.

De rationele rigiditeit voorbij
Deze manier van vragen beantwoorden leert je om verbanden te ontdekken die op het eerste oog niet direct zichtbaar zijn: vergelijkbaar met de manier waarop je zou willen dat een coach naar een cliënt, een leraar naar een leerling, of een manager naar haar medewerkers leert kijken. In je oordeelsvorming naar anderen die geheel andere antwoorden formuleren op het leven, word je mild. Je blijft open staan om andere eigenschappen te betrekken die ook verklaringen kunnen zijn. Onbegrepen gedrag zegt immers niet zozeer iets over degene die dat gedrag vertoont, maar veel meer iets over de mate waarin de mensen in die omgeving geoefend zijn om anders te kijken. Kijk je dominant vanuit je eigen werkelijkheid naar de wereld of oefen je steeds om vanuit andere, unieke eigenschappen naar een opgave te kijken? Een andere manier van kijken zorgt voor een andere uitkomst. Met deze zelfde som en een andere vraag oefen je geen rationele rigiditeit maar mentale flexibiliteit en neuroplasticiteit.

En laten we wel wezen: het leven is in essentie zelf één grote multiple choice-opgave. Een opgave waar een schier oneindig aantal antwoorden op mogelijk is.  
 

Guido van de Wiel (Wheel Productions) is organisatiepsycholoog, (schrijf)coach en ghostwriter. Hij schreef (i.s.m. Merlijn Ballieux) de #1-bestsellers The Smell of the Place (2025) en Durf het verschil te maken (2018). Daarnaast begeleidt hij jaarlijks tientallen auteurs bij het schrijven van hun (management)boek. www.wheelproductions.nl

Naar het overzicht