Briefwisseling: Leiderschap nog aan toe
do 17 sep 2026 - Koen Marichal
Al 15 jaar schrijven Koen Marichal en Jesse Segers brieven naar elkaar. Soms in gesproken vorm, soms in geschreven vorm. Het onderwerp is steeds leiderschap in al zijn facetten en uitwerkingen. Van het abstracte naar het concrete en terug. Soms met sterke emoties en soms koel en pragmatisch. En steeds opnieuw zijn ze het eens met elkaar dat ze het niet helemaal eens geraken met elkaar. Omdat ze op verschillende manieren tegenpolen zijn. Maar ook omdat het antwoord op vragen over wat leiderschap is, welk leiderschap nodig is en hoe dat leiderschap ontwikkelt nooit definitief verworven zijn.
Reageren? Mail naar: info@kloosterhof.nl

Koen Marichal Jesse Segers
Koen Marichal is psycholoog, gastdocent leiderschap in Antwerp Management School, CVA-CNO, TIAS en Sioo, en oprichter van Casa 19 dat collectief leiderschap versterkt. In 2024 verscheen zijn meest recente boek De leider: Dat zijn wij.
Jesse Segers is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Exeter (VK) en partner van Ginkgo Consulting (BE). Hij helpt leiders en hun organisaties in hun ontwikkeling. Onlangs verscheen het boek Leading from the top:Veranderen en veranderen is drie dat hij schreef met Daan Sorgeloos.
In 2022 schreven ze samen Over leiderschap: 19 inzichten waarin ze recht proberen te doen aan zowel de waarheid als de realiteit van leiderschap. Marichal en Segers roepen op een open idee over leiderschap – ook over dat van jezelf – te koesteren.
De botsing met het everzwijn
Dag Jesse,
Ik had mijn brief klaar over de polariteit die je in jouw brief uitwerkt tussen enerzijds ‘het’ moeten weten als leidinggevende en anderzijds het ontvankelijk, open moeten blijven voor wat mensen meemaken en nodig hebben. En in die brief stelde ik dat we op de keper beschouwd die polariteit van in het begin van ons leiderschapsonderzoek telkens opnieuw benoemen en werkbaar willen maken.
Build a gym, not a prison over het belang van structurele en psychologische empowerment. Take time for the storyline over het belang van narratief, betekenismakend werk. Leading from the middle over de nood aan samenspel tussen top en midden in organisaties. Naar gedeeld leiderschap over hiërarchie die gedeeld leiderschap mogelijk maakt. De leider. Dat zijn wij. Over collectief leiderschap.
En ik haalde er in die brief uiteraard Hartmut Rosa’s nieuwste boek bij (2026). Hij toont aan hoe in deze postmoderne tijd onze handelingsruimte erodeert en we met zijn allen meer uitvoerend in leven en werk staan, moeten staan. Hij vertrekt vanuit dagdagelijkse ervaringen, hoe hij bijvoorbeeld als docent niet zelf meer kan oordelen of een student enkele weken extra krijgt voor een paper. Rosa benoemt de voordelen: efficiëntie, transparantie, minder willekeur. En tezelfdertijd de prijs: morele onthechting, uitputting, verloren gemeenschapszin.
Onmiddellijk ervaarde ik een ‘voor’ en een ‘na’.
Maar niet dus. Net voor de deadline besliste ik een andere brief te schrijven, over wat er mij op 13 augustus, rond half acht ‘s ochtends overkomen is. De zon scheen, zoals ze al drie weken geschenen had over mijn vakantie in de Ardennen. Die drie weken droegen veel handelingsruimte in zich. Geen doelen te bereiken, geen programma uit te voeren. Gewoon elke dag afstemmen waar we zin in hadden en dat dan doen. Drie weken als een snoer van mooie momenten.
Die dertiende augustus zat mijn vakantie er op en reed ik naar Karen om samen onze professionele werkzaamheden op te pakken. Een kilometer voor de oprit naar de autostrade een zwarte vlek, een doffe knal en mijn auto die plots veel lawaai maakt aan de voorkant. Mijn eerste idee was een klapband. Ik parkeerde, stapte uit en zag dat een stuk van de bumper weg was, een ander stuk op de grond hing en mijn banden intact waren. Ik keek om en zag twintig meter achter mij een everzwijn liggen langs de andere kant van de weg.
Het dier leefde nog. Het lag erbij alsof het lag te rusten, zonder zichtbare verwondingen, met open, slimme oogjes. Zijn flank ging rustig op en neer. Mijn intuïtie zei: leg je hand op die flank, stel het gerust. Mijn hoofd wist het niet en zei: google het. Ik voelde me onbeholpen. Ik heb het gegoogled, op zoek naar instructies omwille van mijn situationele onbekwaamheid, zoals Rosa het zou omschrijven. Google raadde aan om de politie te bellen. Die zei om niet te dicht te komen en dat ik niets kon doen en dat ik misschien wel foto’s kon nemen ‘voor de verzekeringen’.
Ik ging terug naar het dier, het was ondertussen gestorven. Ik nam een foto. Ik aarzelde, vond dat ik iets moest doen, en sleepte het dan toch wat dieper het bos in. Ik wilde niet dat het langs de kant van de weg bleef liggen, in het volle zonlicht. Een uurtje later, de resten van de bumper bijeengebonden, zette ik mijn reis verder. Ik besefte onmiddellijk hoe symbolisch dit moment was, op het keerpunt tussen vakantie en het dagelijks leven, op de grens van natuur en beton, een clash tussen een levend wezen en een machine. Onmiddellijk ervaarde ik een ‘voor’ en een ‘na’, dat ik het aan het gedode everzwijn verschuldigd was om in te grijpen in mijn leven.
De dagen erna bleef ik het in gesprek brengen en ook al schrijvend verwerken. Sensemaking, zoals je het beschrijft in jouw brief, verwijzend naar Karl Weick. En daar ook bewust de tijd en ruimte aan geven. In het begin zei ik ‘de dag dat ik het everzwijn omver knalde’. Ik benadrukte mijn agressie, mijn daderschap tegenover het weerloze. Gaandeweg probeerde ik variaties zoals ‘de dag dat het everzwijn onder mijn auto liep’ of ‘de dag dat ik en het everzwijn botsten’. En ik kon lachen met de grap van mijn zoon: “Waarom heb je het niet meegenomen om er een ragout van te maken?”
“Nothing is so common-place as to wish to be remarkable.”
– Oliver Wendell Holmes Sr. (1809-1894),
Amerikaanse arts, dichter, hoogleraar en auteur
Los van die variaties bleef ik wel terugkomen op een gevoel van onrecht. ‘Hier is iets fout gebeurd.’ En dat ik er daarom iets mee te doen had. Wat ik sindsdien aan het doen ben is de complexiteit in mijn leven verlagen. Ik leef al vele jaren met het ‘ingewikkelde’, een streven om de én-én-én toe te laten, te dragen, en ik associeerde dat ook met leiderschap. ‘Genoeg,’ zegt het everzwijn mij. ‘Ja het is complex, ja het is veel, ja dat is goed. En tezelfdertijd, blijf er niet in hangen, maak het niet jouw schuilplek, bouw je verslaafdheid aan een ingewikkeld leven af en land in eenvoud.’
Concreet: ik heb besloten om dit jaar mijn keramiekopleiding een jaar on hold te zetten. Ik zal mijn huis verkopen of verbouwen – er zijn ondertussen makelaars gepasseerd en architecten gecontacteerd. Ik laat algoritmes en AI minder toe in mijn leven en vergroot mijn handelingsruimte voor mijn relaties, leiderschapswerk en gezondheid.
“Dramaqueen”, zei een van mijn tweelingzonen toen ik mijn verhaal over de impact van de botsing met het everzwijn met hem deelde. Ik begon spontaan te lachen, en dacht ook aan mijn boeken, lezingen, artikels en deze brieven. Het was een bevrijdend lachen, een lach van zelfrelativering. “Nothing is so common-place as to wish to be remarkable.” En ook een lach van geluk, met mijn drama, waarvan ik dan koning te zijn ben, en dat met de mensen waarmee ik mijn drama dagdagelijks liefdevol deel.
Cheers,
Koen
Referenties
Rosa, H. (2026). De wereld als constellatie: Hoe de handelingsruimte verdwijnt. Boom.