Ik zoek een...

Actueel - Nieuws

Wat zou jij doen met 180 slaven tot je beschikking?

wo 28 nov 2018

Ik weet nog goed dat ik als eerstejaars op de universiteit een vak volgde. ‘Geschiedenis van de techniek’ heette het. Het vak zat standaard in het eerste jaar van de studie Technische Innovatiewetenschappen. Ik had vooraf niet verwacht het interessant te vinden. Harry Lintsen was de docent. Zijn geestdrift telde voor zo’n tachtig procent van mijn interesse. Zoals met veel vakken die je later nog bijstaan. Harry bracht me, zonder het te weten, een cruciale levensles bij.

De vraag op de dia luidde ‘Hoeveel paardenkrachten had een Romeinse Patriciër in het oude Rome tot zijn beschikking? Reken alle slaven, paarden en werktuigen mee.’ Harry opende zijn colleges graag met een soort quizvraag. Opgewekt keek hij rond in de groep van zo’n twintig nieuwbakken studenten: hij kende het antwoord al dat op de volgende onthullende dia stond. Naarmate we er in onze gissingen verder naast zaten, des te triomfantelijker begon Harry te kijken. Ik weet nog dat ik bewust stopte met het roepen van antwoorden. Het antwoord kwam. Ik kan me niet meer precies herinneren wat het was. Het deed me niet veel, weet ik nog. Een nietszeggend antwoord op een willekeurige vraag. Maar Harry was duidelijk nog niet klaar. Hij bouwde toe naar een climax; dat zag je aan het enthousiasme waarmee hij de volgende dia uit zijn map viste. Het was het laatste jaar dat de overheadprojector als machine nog salonfähig was. En het vak heette ten slotte geschiedenis van de techniek.

"Ok, volgende vraag. Hoeveel paardenkrachten denk je dat een gemiddeld gezin in Nederland anno nu tot zijn beschikking heeft?”. Weer een obligaat rondje foute antwoorden. Weer gaf hij het antwoord, en ook hier weet ik niet wat het exacte aantal paardenkrachten was. Wat wél in mijn geheugen is gegrift, is dat hij na het geven van het antwoord met overslaande stem duidde: “Dat is het equivalent van 180 slaven in het Romeinse rijk!”.

Op slag was ik wakker en alert. Vaag schoot me te binnen dat een gemiddeld domus (huis) van een patriciër (vrije burger) zich kon beroepen op een gemiddeld aantal slaven dat tussen de 12 en 15 lag. Als je slechts één slaaf bezat, was je zelf ook maar een armzalig persoon. Ook flitsten gelijk de beelden uit mijn studieboeken Latijn voorbij van welgestelde Romeinse burgers die al pratend in tuniek over het forum struinden, of ontspanden in het badhuis, omdat het harde werk thuis al werd gedaan door hun slaven. En wij beschikken over het tienvoudige van die hoeveelheid werkcapaciteit? Waarom gaan er dan überhaupt nog mensen naar hun werk?

Een ongehoorde statistiek in mijn optiek. Maar het klopt wel. Ga maar eens na. Slaven werden voor zo’n beetje alles ingezet: waterdrager, dienstmeisje, kok, koetsier, fakkeldrager, entertainer, schoonmaker, leraar, arts, boer, boekhouder, pottenbakker en ga zo maar door. En kijk dan even rond als je thuis bent. Je waterdrager bevindt zich boven de wasbak, vaak naast een vaatwasser die je servies poetst. Houtsprokkelen doet niemand meer. En alles wat je in de supermarkt koopt, is al verwerkt en kant-en-klaar. Als je je opmaakt voor een verre reis, zeg van zo’n 100 kilometer, dan loop je de deur uit en begroet je auto je met een vriendelijke piep wanneer je de sleutel indrukt. Iets meer dan een uur later kun je je ‘koets’ uitladen en de koetsier en paarden bedanken voor hun harde werk. Je fakkeldrager zit waarschijnlijk gewoon als een knopje verwerkt in je muur. Zodra je de afstandsbediening oppakt heb je onder je duim een leger aan entertainers tot je beschikking. En dan heb ik het hier over 2004, nog een aantal jaar voor de eerste smartphone zijn intrede deed en nog lichtjaren voordat je bestelling op bol.com op dezelfde dag bij je thuisbezorgd werd.

Het besef is me altijd bijgebleven. Hoe kan het dat we niet allemaal massaal doen waar we zin in hebben, als het moderne leven ons van zoveel gemakken voorziet? Inmiddels weet ik dat het antwoord ligt in de menselijke psychologie. Een psyche die allerlei imaginaire voorwaarden creëert, voordat het eigen hartsverlangen op de voorgrond mag treden. “Pas als ik …, dan mag ik doen wat eigenlijk wil”. En deze imaginaire voorwaarden worden ook nog eens versterkt door onze gevoeligheid voor sociale status. Een gevoeligheid die de vraag ‘wat doe jij voor werk?’ ongekende sturingskracht verleent.

De vraag ‘wat ga ik doen met 180 slaven?’ helpt me om de eisen die ik aan mijn leven stel te onderzoeken. En het relativeert mijn gevoeligheid voor werk met sociaal aanzien. Immers, ik kan wel blijven doorwerken tot ik 210 slaven voor me heb werken, maar wanneer neem ik dan genoegen met wat ik heb? Mijn ervaring is: als ik genoegen weet te nemen met ietsje minder, krijg ik daar heel veel vrijheid voor terug. Vrijheid om een leven te leiden zoals ik dat zélf zou willen. Vrijheid om uit de ratrace te stappen. Vrijheid om mijn hartverlangens meer centraal te kunnen stellen. Wat hiervoor nodig is, is het ‘gestandaardiseerd plaatje van geluk’ te vervangen voor mijn eigen, persoonlijke, definitie. Om die vervolgens te leren leven.

Fabrice Luijten heeft een achtergrond als organisatieadviseur en coach, is directeur geweest van een sociale onderneming en benadert het leven als avonturier. Samen met zijn vrouw Jessica Maybury schreef hij een boek over het realiseren van een gelukkige, duurzame en vrije levensstijl. Het boek, dat in oktober 2018 uitkwam, heet: ‘Neem je leven in eigendom. Handreikingen naar een vrij en gelukkig leven.



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:

M. Geers - donderdag 29 november 2018

Wat ik zou doen met 180 slaven? Heel eenvoudig: hen direct vrij laten!

Louise - donderdag 29 november 2018

Prachtig geschreven en past goed in de discussie over het basis inkomen en ook de ervaren nutteloosheid van sommige werknemers over de toegevoegde waarde van hun werk.