Ik zoek een...

Actueel - Nieuws

Column: Omgaan met een woedende werkgever

wo 26 aug 2020 - Guido van de Wiel

Steve Jobs, Prince, Trump. Een van deze mannen zal je werkgever maar zijn. Of zijn geweest, want de eerste twee overleden in respectievelijk 2011 en 2016. Zou het een droom zijn geweest, of een nachtmerrie?

Alle drie staan of stonden er immers om bekend – ieder op hun eigen manier – een bully te kunnen zijn als werkgever. Over Prince gaan eind jaren negentig al de nodige verhalen rond met betrekking tot zijn perfectionistische aard. Het was bekend dat hij hoge eisen stelde aan zijn medewerkers en mensen met wie hij werkte. Hij kon woedend worden op zijn medemuzikanten.

In een interview van Prince bij Larry King – de prins kwam bij de koning te gast – vraagt Larry King op een gegeven moment naar diens woede (Prince & King, 1999). Prince vertelt daar dat hij zijn woede vermengt met humor. Dat hij heel streng kan zijn, maar daar een vorm van ironie aan toevoegt en het op die manier altijd grappig maakt voor zichzelf en voor de persoon tot wie hij zich dan richt. Een voorbeeld waar ik zelf op stuitte: tijdens een aftershow van Prince in 1988 in het Haagse Paard van Troje zingt achtergrondzangeres Bonnie Boyer een aantal keer achter elkaar de woorden “Still Will Stand All Time”, in plaats van de eigenlijke woorden “Still Would Stand All Time” (rond circa 6 minuten). Na een poging van Prince om haar subtiel te wijzen op de juiste woorden van het liedje door de titel nog eens duidelijk door de microfoon te zeggen, is voor hem een paar maten verder de maat vol. Hij roept door de microfoon: “Who’s the fool singing ‘will’, it’s ‘would’!” Met de manier waarop hij die opmerking maakt, blijft hij in de sfeer van het nummer, maar wordt Bonnie tegelijkertijd publiekelijk flink op haar nummer gezet. De dame in kwestie corrigeert zichzelf daarop meteen, want in de achtergrondkoortjes is daarna duidelijk alleen nog maar “would” te horen. Een paar maten later klinkt gelach vanuit de backing vocals. Iets met boerin en kiespijn of gewoon een vorm van “plain and straight” on stage feedback incasseren?

Ook is van Prince bekend dat hij een hele show ontworpen had, inclusief dans, line up, playlist, enzovoort en dat hij op een heel laat moment van het proces toch alles overhoophaalde. Binnen de kracht van creativiteit heeft de kracht van destructie altijd een belangrijke plek. Wie iets nieuws, iets beters, iets onvergetelijks wil maken, moet met kracht het oude, het bekende, het middelmatige durven te vernietigen.

In de wens om iets onvergetelijks te maken, zit meteen een clou rondom de vraag wat er achter dit soort woede schuil kan gaan. De cultureel antropoloog Ernest Becker, winnaar van de Pulitzer Prize in 1973, betoogt in zijn boek The Denial of Death dat veel mensen – leidinggevenden, artiesten, CEO's – bezig zijn om hun eigen dood te overstijgen (to transcend death) met een heroïsch onsterfelijkheidsproject: of dit nu een technologisch nieuw apparaat, de oprichting van een wolkenkrabber, of het achterlaten van een muzikale erfenis betreft die generaties lang mee zal gaan. De woede-uitbarstingen zouden vanuit deze visie stuk voor stuk uitingen zijn van doodsangst. Zou het kunnen kloppen? Waren of zijn deze machtige mensen vooral bezig hun doodsangst te bedwingen?

Zijn woede en doodsangst in deze gevallen communicerende vaten? Hoe groot mag de tirannie zijn om er een onsterfelijkheidsproject mee te verwezenlijken? Welk persoonlijk offer mag je vragen om in ruil daarvoor een gouden plak in ontvangst te kunnen nemen? Loopt het ingraveren van de letters van je naam in een kampioenschapsbeker altijd parallel met de krassen die zich traumatisch op je ziel aftekenen? Kan het een ook zonder het ander? De grens wanneer leiderschapsgedrag onmiskenbaar schadelijk is en wanneer het toelaatbaar is als collateral damage is niet eenduidig te trekken, maar zijn contouren rondom een grijs gebied.  

Een woedende werkgever: hoe kun je nu omgaan met diens woedeaanvallen? Wat als je baas jou meedogenloos op je nummer zet? Een antwoord daarop kunnen we beluisteren in het eerdergenoemde interview tussen King en Prince.

Larry King vraagt: "So the person you’re directing at is not humbled or made to feel less than a human?"
Prince antwoordt: "Well, no one can make you feel anything. You’re pretty much gonna fall in there if you aren’t spiritually based."

Vrij vertaald: 
King: "Dus de persoon tot wie jij je dan richt, wordt niet vernederd of voelt zich totaal minderwaardig?"
Prince: "Wel, niemand kan jou iets laten voelen. Je kunt daarin terechtkomen wanneer je zelf niet voldoende spiritueel geaard bent."

Met andere woorden: niemand kan jou iets laten voelen, niemand kan jou in de grond boren, niemand kan jou raken. Het is altijd jijzelf die jou iets laat voelen. Als iemand jou met de grond gelijkmaakt, dan ben jij dat zelf. De enige die jou werkelijk kan raken kijkt jou aan in de spiegel. Ik beluister in het antwoord van Prince dat niemand zomaar lijdzaam een projectiescherm hoeft te zijn voor andermans grillen. Dat zorgt voor vrijheid, maar ook voor een grote verantwoordelijkheid. Krijg je een woedeaanval van je baas over je heen, is het vervolgens ook nog eens aan jouzelf om daar goed mee om te gaan. Ben je er ook nog eens verantwoordelijk voor om jezelf spiritueel te ontwikkelen en jezelf een goede basis te geven. Daarnaast draagt die uitspraak ook de omkering in zich: als jij je in de basis wankel voelt, dan kan iedereen jou van alles laten voelen.

Snappen dat woede uit angst voort kan komen, kan zorgen voor meer begrip voor de bully. Snappen dat het misschien om doodsangst gaat die via woede-uitbarstingen geprojecteerd wordt op de ander – op jou – maakt dat je met meer compassie ook achter het masker van de woede leert kijken.

Ben jij nu als de dood voor je baas, dan is je baas misschien vooral bang dat zijn eigen dood, sneller dan hij wil, bij hem voor de deur staat.

Aan wiens onsterfelijkheidsproject werk jij eigenlijk mee?  

 

Guido van de Wiel (Wheel Productions) is organisatiepsycholoog, ghostwriter en schrijfcoach. Hij schreef boeken zoals Durf het verschil te makenOrganiseren met toekomst en Innoveerkracht. Guido is onder andere verbonden aan de Veranderbrigade en is executive coach bij meerdere business schools. www.wheelproductions.nl

 

Referenties

  • Becker, E. (1973). The Denial of Death. New York: The Free Press/Simon & Schuster.
  • Prince & King, L. (1999). Prince Rogers Nelson's entire 1999 CNN interview (Larry King Live). https://archive.org/details/PrinceRogers (Geraadpleegd op 17 maart 2020).

 

 



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:

Guido van de Wiel - woensdag 2 september 2020

Dag Astrid, Je kunt ook betogen dat de muzikanten van Prince geen respect voor hem en zijn muziek hebben als ze de teksten van zijn nummer niet kennen.

Astrid Berendsen - donderdag 27 augustus 2020

Dus Prince had doodsangst. Reden om geen respect te hoeven tonen? Ik kan mij voorstellen dat zijn medewerkers dit accepteerden omdat er 'compensatie' tegenover stond...dat van een beroemdheid.